RSS   -    Meewerken?
   
 
GP Abu Dhabi
 Mercedes, 115 jaar passie in de autosport
Mercedes is vandaag de dag niet meer weg te denken uit de racerij, maar toch was dit niet altijd het geval. Met de overname van het Brawn GP-team is het tijd om eens terug te kijken naar de lange geschiedenis van de Duitse wagenfabrikant in de autosport in het algemeen en de Formule 1 in het bijzonder.

De eerste keren dat we iets te horen kregen van de ‘Daimler / Chrysler’-familie, waartoe Mercedes tegenwoordig behoort, was in 1894 en dat onder de vorm van racewagens die reden onder de namen Mercedes, Daimler en Benz. Die werden ingezet in de afstandsrace Parijs-Rouen. In die tijd was er nog geen sprake van race-circuits, alle races waren afstandsraces, zoals bv. Parijs-Bordeaux en later de 16.000 km lange Peking-Parijs.

Het waren echter vooral de Franse wagens die furore maakten en bijna alle races wonnen. Het duurde daarom tot 1908 totdat Mercedes zijn eerste Grand Prix won, met Christian Lautenschlager, tijdens de eerste ACF-Grand Prix te Dieppe. De meest vooruitstrevende wagen uit die tijd was de ‘Blitzen Benz’ die van 1909-1922 het wereldsnelheidsrecord in handen kon houden. De snelheden lagen toen al boven de 200km/u. Mercedes was echter geen hoofdrolspeler in de Grand Prix-racerij; het waren vooral de Franse en later de Italiaanse bolides die enorm sterk voor de dag kwamen.


De Blitzen Benz

Het was pas op 29 juni 1926 dat Daimler en Benz samensmolten met Mercedes tot Daimler-Benz AG en de wagens voortaan onder de naam Mercedes-Benz aan races deelnamen. Eén van de rijders indertijd was de legendarische Rudolf Caracciola. Van 1934 tot 1939 begon pas echt de glorietijd voor Duitse wagens, met verscheidene overwinningen voor Mercedes en Auto Union. Caracciola werd in 1935 dan ook de eerste Europees kampioen met de Mercedes W25, een van de meest legendarische Formule-wagens ooit. Adolf Hitler maakte van het succes van de Duitse teams dan ook gretig misbruik om propaganda te voeren via de autosport. Eind jaren ’30 behaalde Mercedes trouwens een mijlpaal door uit te pakken met een wagen die 322 km/u kon halen. Het hoeft dan ook geen uitleg dat de Duitse wagens tot aan de Tweede Wereldoorlog de te kloppen bolides waren.

De wereldoorlog bracht echter verandering in de situatie. Toen in 1950 het huidige Formule 1-wereldkampioenschap van start ging, was er dan ook geen sprake van Duitse deelname. Het duurde tot 1954 vooraleer Mercedes besloot om terug als team aan de start te verschijnen. Maar de comeback was op z’n minst indrukwekkend te noemen. Met de W196, ook wel de Silberpfeil genoemd, behaalden vijfvoudig kampioen Juan Manuel Fangio, Hans Hermann en Karl Kling in dat jaar vier overwinningen en vier snelste rondes op een totaal van negen races. De overwinningen had het trouwens volledig aan Fangio te danken. Het jaar daarop kwamen zes coureurs uit voor de Mercedes-renstal maar het waren enkel Fangio en Stirling Moss die zorgden voor vier poles, vijf overwinningen en vijf snelste ronden op slechts zeven GP’s.


De W196 Stromlinie

De merkwaardigste versie van de W196 was ongetwijfeld de W196 ‘Stromliniewagen , een Formule 1-bolide met bedekte wielen, iets wat het reglement toen nog toeliet. De Mercedes-teammanager was toen Alfred Neubauer, een corpulente eigenwijze man met een enorme uitstraling. Mercedes stopte echter abrupt met autosport aan het einde van 1955 nadat Pierre Levegh tijdens de 24u van Le Mans met zijn Mercedes in het publiek vloog en een recordaantal van tachtig doden en meer dan honderd gewonden veroorzaakte. Deze ramp leidde tot het onmiddellijke stopzetten van de race-activiteiten van Mercedes en zelfs tot een verbod van elke vorm van circuitracen in Zwitserland tot op de dag van vandaag.

Het was pas in 1993 dat Mercedes terug zijn opwachting maakte in de F1, dit als motorleverancier van Sauber. Sauber was toen al jaren actief als team met Mercedes in de sportwagenracerij, met een overwinning tijdens de 24u van Le Mans met het trio Jochen Mass / Manuel Reuter / Stanley Dickens als hoogtepunt. Onder de vleugels van Sauber-Mercedes konden ook rijders als Karl Wendlinger, Heinz-Harald Frentzen en Michael Schumacher uitgroeien tot grote piloten.

In 1994 leverde Mercedes de motoren aan Sauber, maar Mercedes zag al vlug dat dit Zwitserse team geen echte groeikansen bood. Daarom stapte de Duitse fabrikant in 1995 over naar McLaren - de toen nog rood/wit gekleurde wagens met Marlboro-reclame.


De MP4-11 uit 1996 met David Coulthard

In 1997 kreeg de McLaren-bolide ineens een zilvergrijze kleur, de kleuren van sponsor ‘West’, en werden de bolides ineens weer zilverpijlen genoemd. Het was Stirling Moss die bijna onmiddellijk kritiek had op de bijnaam en zei dat het team eerst races zou moeten winnen om die naam te mogen dragen. En dat deden ze ook. In de laatste race, die op Jerez, snelde Mika Hakkinen naar de overwinning in een Grand Prix die vooral geboekstaafd staat als de clash tussen Michael Schumacher en Jacques Villeneuve om de wereldtitel.

Het daaropvolgende jaar was de McLaren-Mercedes MP4/13 een succeswagen te noemen. Mika Hakkinen en David Coulthard behaalden samen negen overwinningen, twaalf poles en negen snelste rondes. De opvolger, de MP4/14, was uit hetzelfde hout gesneden. Tijdens beide jaren werd Hakkinen dan ook wereldkampioen voor het team uit Woking. Het constructeurskampioenschap konden ze echter enkel in 1998 op hun naam schrijven. Dit was niet naar de zin van Ron Dennis, de toenmalige teambaas van McLaren, die - in tegenstelling tot de heersende opvatting – het constructeurskampioenschap belangrijker vond.

Alhoewel McLaren-Mercedes tijdens de daaropvolgende jaren altijd wel aanspraak maakte op de titel, was het Britse team ver verwijderd van de tentoon gespreide dominantie uit de jaren ྞ en ྟ. Door in 2007 Fernando Alonso aan te trekken hoopte het verandering teweeg te brengen. De Spanjaard werd echter samen in het team gezet met Lewis Hamilton. De ego’s van beide grootheden verziekte de samenwerking binnen het team, een fout die Dennis al maakte toen hij in 1988 Prost en Senna in zijn team samenbracht.

Pas toen Alonso in 2008 terugkeerde naar Renault en McLaren naast Hamilton Heikki Kovalainen in de andere wagen zette, werd het team nog eens wereldkampioen.

Het Mercedes-verhaal nam echter een wending toen de geprezen ingenieur Ross Brawn op het einde van 2008 het team van Honda overnam onder zijn eigen naam. Brawn werd met open armen ontvangen door Mercedes, dat maar al te graag motoren wilde leveren aan een tweede team.


Brawn GP met wereldkampioen Jenson Button

Daarbij kwam meteen dat de combinatie Brawn/Mercedes een succes bleek te zijn en hun piloot Jenson Button de wereldtitel kon opstrijken. Mercedes besloot na het seizoen prompt om het team in te lijven in eigen rangen en om te dopen tot Mercedes GP. Mercedes blijft wel nog motorleverancier bij McLaren, maar alles wijst erop dat de Duitse fabrikant van plan is een interessant nieuw hoofdstuk aan hun grote autosportgeschiedenis te breien.
Geert Eggermont

 Zoeken: In:
Sauber maakt overeenkomst met Alfa Romeo bekend  
Sauber heeft daarnet de grote lijnen van de livery voor de F1-wagen van 2018 bekend gemaakt toen het...
Lees meer
Vettel houdt Ferrari ook op laatste testdag bovenaan  
Sebastian Vettel heeft de lijn van teamgenoot Kimi Raikkonen gisteren ook vandaag doorgetrokken door de snelste tijd te...
Lees meer
Raikkonen snelste na eerste testdag, Kubica negende  
Kimi Raikkonen heeft de snelste ronde neergezet tijdens de eerste testdag in Abu Dhabi. Toch was het Robert...
Lees meer
Copyright vzw F1-Club - Contact